donderdag 18 februari 2010

We zijn nu begonnen aan onze laatste stages, waarbij onze wegen zijn gescheiden. Ik blijf in Cuenca en Eline zoekt het meer richting amazone, in Macas. De voorbije weekends hebben we niet stil gezeten. Terwijl Eline ging gaan wandelen in nabijgelegen dorpjes, zocht ik het net iets verder.
Eerst ging ik naar Vilcabamba, een stadje van 5 straten, waar de bevolking zogezegd ouder wordt dan 100 jaar. Volgens hen ligt dit aan de mineralen in het water en aan de dagelijkse activiteit, de bergen opklimmen. Van dat water en die bergen moest ik toch eens gaan proeven. Iedereen leeft er vredig in dit stadje te midden van de bergen. Van overal had je een mooi uitzicht. Na een lekker glaasje wijn en de dieren in de plaatselijke dierentuin een beetje geëntertaind te hebben, hebben we een lekkere pizza gegeten en een danspasje gezet op de enige fuif van de stad, waar we ook alleen waren. De volgende ochtend heb ik een paardrijdtocht gedaan naar de plaatselijke waterval. Het was de eerste keer dat ik een tocht op een paard gedaan heb, en het was onvergetelijk. Dagen erna kon je nog aan mijn stap zien wat ik gedaan had.
Het volgende weekend lag er een andere uitdaging voor me klaar. De hoogste berg van Ecuador, de Chimborazo, moest overwonnen worden. Hem tot de top 6310 m beklimmen was onmogelijk wegens te veel zon, wat het ijs te gevaarlijk maakte. Daarom zijn we geklommen tot een 5400 m en dan helemaal downhill gegaan met de mountenbike. Tussen de oude lavastromen en de wilde vicunas racen was een enorme ervaring. Hoe lager we kwamen, hoe meer groen, hoe meer mensen en hoe meer koeien, geiten, schapen en honden op de weg. Moe maar voldaan kwamen we terug in Riobamba aan. Helaas had ik onderweg teveel nootjes gegeten en nadat die eruit waren kon ik enkel nog troost vinden in een yoghurt.
De stages chirurgie waren zeer boeiend. Elke ochtend kon ik mijn hart vasthouden want tijdens de operaties valt het licht en alle elektriciteit uit voor 5 minuten en je weet nooit wanneer dat moment zal komen. En als je dan net een kijkoperatie doet wordt alles zwart en hoop je dat je dan niet net aan een arterie bezig bent. Tijdens mijn stage zijn er op die manier (wel op een andere manier) geen doden gevallen maar ik acht dit wel mogelijk. Hier krijg je wel de kans om open apendicitis-operaties mee te maken. Ze hebben 1 laparascopieset en die wordt gereserveerd voor de galblazen.
Op pediatrie is het heel anders. Ik sta op de spoedafdeling en die kan heel rustig zijn. Alle patiëntjes die koorts hebben en ook maar 1 keer hebben gehoest worden direct teruggestuurd naar de triage. En aangezien het hier het ‘koude’ ( toch ruim 20 graden) ‘natte’ (2 keer regen op een week) seizoen is, zijn er veel respiratoire infecties. Hun systeem om patiënten direct te kunnen behandelen staat ook nog niet op punt. De verpleegsters moeten eerst de naam en alle parameters noteren in een boek voor er ook maar een dokter of een student mag naar kijken, zelfs al komt de patiënt stuipend toe. Het wassen en de nagels knippen komt dan ook voor de echte behandeling.

donderdag 4 februari 2010

donderdag 21 januari 2010

Dag iedereen! We zijn terug van weggeweest!
Ondertussen hebben we al wat meer van het echte Ecuador gezien dan enkel en alleen de verloskamer van het ziekenhuis!
Om te beginnen zijn we rond de kerstperiode het vliegtuig opgestapt richting Quito, de hoofdstad van dit land. In vogelvlucht ligt het op zo'n 350 km van Cuenca, maar om het met de bus te doen mag je toch op zo'n 12 uur rekenen. Het vliegtuig dus maar...
Na wat bijgepraat te hebben met mijn oudjes en broere zijn we de stad ingetrokken die eigenlijk de vorm bleek te hebben van een balpen: 30 km lang en smal. Aan weerszijden liggen immers bergen en daartussen geprangd ligt de stad.
Het koloniale centrum was de moeite waard maar kon toch niet tikken aan hetgeen we in Cuenca gewend waren ;-)! De 2e dag van ons verblijf in Quito gingen we richting Otavalo, gekend voor zijn markt. De dames konden zich daar naar hartelust uitleven met het kopen van souvenirs voor jan en alleman terwijl de heren het wat minder naar hun zin hadden...
Dag 3 was een manusje van alles: we startten de dag met een ritje met de teleferico richting 4000m. Koud was het niet daarboven, mistig des te meer! Het zicht op Quito was dus niet voor ons weggelegd... Nadien dan maar richting Mitad del Mundo oftewel de evenaar. Na een kort bezoek aan wat de evenaar NIET bleek te zijn, verplaatsten we ons naar het museum waar de evenaar wel doorliep. Daar werden we getrakteerd op allerhande testjes zoals het water van de WC pot die langs verschillende kanten draait boven of onder de evenaar en die gewoon naar beneden valt op de evenaar, het plots krachtloos zijn van alle jonge kerels als ze op de evenaar staan... Raar maar waar!

Na onze trip naar Quito was het algauw tijd voor de volgende “verlengde weekendtrip” richting jungle. Na een busreis van welgeteld 13 uur bevonden we ons in het paradijselijke Tena. Oudejaarsdag vierden we in een rubberbootje op de rivier (wiens naam iets in het quechua is wat niemand lukt om het langer dan 1 uur te onthouden)… Het raften was echt spectaculair. Na een ganse noodplanbriefing zoals in het vliegtuig waardoor je er precies zeker van bent dat je nooit meer levend uit die boot zal stappen, moesten we nadien toch allemaal toegeven dat het superleuk was en zeker voor herhaling vatbaar! Moe maar voldaan zaten we ’s avonds aan het oudejaarsdiner, maar toch vonden we nog de energie om om 12u na het klinken met de champagne de lokale quechuabevolking (indianen) gelukkig Nieuwjaar te gaan wensen. Toch een speciale ervaring, om ’s nachts op Nieuwjaar op van die exotische muziek wat indianendanspasjes uit te voeren!

Na Tena ging de reis verder naar Baños die in de rokken van de vulkaan de Tungurahua (of zoiets toch) ligt. Af en toe zagen we een rookpluim opstijgen, maar gelukkig heeft hij zich gedurende die 3 dagen toch mooi koest gehouden J! Daar bezochten we de Pailon del Diable, een spectaculaire waterval waar je zoals in de films van achter het vallende water kunt koekeloeren (met natuurlijk als gevolg dat je kletsnat was)!

De terugrit naar Cuenca bleek ook een ervaring op zich. Aangezien het een stralende dag was, kwam de “Avenue van de vulkanen” volledig tot zijn recht. Een overwegend plat landschap en plots zie je dan enkele bergen van 6000m met
sneeuw erop die precies als paddestoelen daar geplant zijn... Vreemd hoor!

Terug in Cuenca ging alles weer z’n gewone gangetje. Ik ben ondertussen verhuisd naar de spoedgevallendienst van interne en Hanne toont haar chirurgiekunsten. Nog steeds zien we iedere dag dingen die we in België niet voor mogelijk achtten, maar de schok van in het begin is al fel geminderd. Zo zie je maar dat je alles gewoon wordt…
Enkele voorbeelden: diabetische keto-acidose verhelp je niet met insuline, enkel rehydrateren is voldoende zelfs al duurt het 3 dagen voor de glucose weer aanvaardbaar is… voor alcoholabstinentie geef je geen benzodiazepines, je bindt de persoon gewoon vast aan het bed als hij wat onrustig wordt… gele mensen zijn hier in overvloed tlijkt wel of gans Ecuador aan de fles zit… paracentese doe je niet met een steriele set maar je prikt gewoon met een infuussetje en laat de ascites in de lege infuuszak lopen (tot de zak overloopt en de ganse vloer 2 m in het rond bedekt is met jawel ascitesvocht)… bij AMI geef je aspirine clopidogrel en clexane in maximumdosis om de afwezigheid van coronarografie en stenting te compenseren… en zo kan ik nog wel eventjes doorgaan!
Toch moet het gezegd worden dat de dokters en assistenten hier echt wel hun uiterste best doen om zoveel mogelijk patiënten te helpen met de beschikbare middelen. Ze verdienen een bloemetje!

Dit weekend trokken we er weer op uit naar Ingapirca en de Duivelsneus. Ingapirca, de Ecuadoriaanse tegenhanger van Macchu Pichu in Peru, was wel mooi maar na 1,50 uur stonden we alweer buiten. Gelukkig maakte de gids veel goed, gaf hij veel uitleg over het verschil tussen de Incas en de Cañari (de vroegere indianen die daar leefden) en gaf hij bij elke steen wat uitleg want anders was ik zeker al na 30 min buiten! Vandaar dus verder naar Alausi, in totaal op 4uur van Cuenca. Het was daar precies een spookstad. De mist hing tot op de grond en je zag niet eens de overkant van de straat. Er was ook echt helemaal niets, maar dus echt niets te doen. De volgende ochtend was het al wat rumoeriger in de straten. Het was blijkbaar marktdag en indianen van heinde en verre verkochten er hun waar wat een kleurrijk beeld opleverde. Ons eigenlijke doel van de reis, de duivelsneus, zagen we bijna aan onze neus voorbijgaan aangezien de dame van de ticketshop ons om 8u30 vriendelijk meedeelde dat alle treinen van deze dag spijtig genoeg al volgeboekt waren… Na een beetje gefoefel van de lokale bediende konden we gelukkig toch twee ticketjes bemachtigen en mochten we zelfs al op de eerste trein, lees veredelde bus, opstappen. Een leuke treinrit was het waarbij we enkele keren konden genieten van mooie uitzichten en natuurlijk de speciale manier van bochten nemen konden bekijken (aangezien de berg te steil is om een gewone bocht te maken, hebben ze de sporen in zigzag gelegd waardoor hij een beetje naar voor en dan naar achter of omgekeerd rijdt om zo te stijgen of te dalen).

Zo, dit was het tot nu toe! De bijhorende foto’s kunnen jullie vinden op facebook! Dit weekend zijn we alvast weer op trip. Dus hopelijk tot volgende week!

Eline en Hanne

zaterdag 9 januari 2010